Hoe vertel je een sprookje? Tips voor ouders, leerkrachten en vertellers
De sprookjes van Grimm zijn ooit ontstaan als vertelverhalen. Ze werden niet voorgelezen uit een boek, maar verteld bij het haardvuur, aan het spinnewiel of tijdens lange winteravonden. Juist in het vertellen komen ze het best tot hun recht. Toch durven veel mensen het niet aan om een sprookje vrij te vertellen. "Ik ben geen verteller," hoor je vaak. Maar vertellen is een vaardigheid die iedereen kan leren. In dit artikel geven we je praktische tips om een sprookje boeiend te vertellen.

Voorlezen of vertellen?
Voorlezen en vertellen hebben allebei hun waarde, maar ze werken anders.
| Aspect | Voorlezen | Vrij vertellen |
|---|---|---|
| Oogcontact | Beperkt, je kijkt in het boek | Volop, je ziet hoe je publiek reageert |
| Taal | Vaste tekst, vaak rijk aan woorden | Eigen woorden, aangepast aan je publiek |
| Flexibiliteit | Weinig: je volgt het boek | Veel: je kunt inspelen op vragen en reacties |
| Voorbereiding | Weinig nodig | Het verhaal moet je goed kennen |
| Beleving | Plaatjes helpen de verbeelding | Het publiek maakt zelf de beelden in het hoofd |
Stappenplan: zo bereid je een vertelling voor
- Kies een sprookje dat je zelf mooi vindt. Je enthousiasme werkt aanstekelijk. Begin met een kort en bekend verhaal, zoals Roodkapje of De wolf en de zeven geitjes.
- Lees het verhaal een paar keer. Lees ook verschillende versies, zodat je weet wat de kern is.
- Maak een verhaallijn. Schrijf de belangrijkste scènes op in vijf tot acht steekwoorden. Dat is je geheugensteun.
- Leer begin en einde uit je hoofd. Een sterke opening en een krachtig slot geven houvast. "Er was eens..." en "...en ze leefden nog lang en gelukkig" zijn niet voor niets klassiekers.
- Visualiseer de scènes. Zie het bos, het huisje en de wolf voor je. Wat jij ziet, zal je publiek ook zien.
- Oefen hardop. Vertel het verhaal aan jezelf, aan je partner of aan de spiegel. Elke keer wordt het vloeiender.
- Vertel en geniet. Een foutje is niet erg. Niemand kent jouw versie, dus niemand merkt het.
Technieken voor een boeiende vertelling
- Gebruik je stem. Spreek de wolf laag en dreigend uit, Roodkapje hoog en vrolijk. Wissel tempo en volume af.
- Stilte is goud. Een korte pauze vlak voor een spannend moment maakt het publiek nieuwsgierig.
- Herhaling werkt. Sprookjes zitten vol herhalingen: "Grootmoeder, wat heb je grote oren!" Kinderen gaan vanzelf meedoen.
- Maak contact. Kijk je luisteraars aan, één voor één.
- Gebruik gebaren. Een hand die klopt op een deur of een vinger die naar een raam wijst, maakt het verhaal levendig.
- Betrek je publiek. Laat kinderen geluiden maken of vraag: "Wat denk je dat er nu gebeurt?"
- Gebruik zintuigen. Beschrijf hoe het snoephuisje rook of hoe koud het in het bos was.
Vertellen voor verschillende leeftijden
Niet elk sprookje past bij elke leeftijd. Voor peuters en kleuters zijn korte verhalen met veel herhaling het meest geschikt, zoals De wolf en de zeven geitjes of Het zoete pap. Kinderen vanaf een jaar of zes kunnen langere en spannendere verhalen aan, zoals Hans en Grietje of Rapunzel. Oudere kinderen en volwassenen genieten van minder bekende sprookjes, zoals Vrouw Holle of De zes zwanen, en vinden het interessant om te ontdekken hoe de oorspronkelijke versies verschillen van de bekende films.
Let bij jonge kinderen op de spannende momenten. Je kunt het verhaal zachter maken door te vertellen dat het goed afloopt, of door de wolf een beetje grappig te maken. Bij oudere kinderen mag het juist best eng zijn: dat hoort bij een sprookje.
Leren van meestervertellers
In Zwolle is het vertellen van sprookjes een levende traditie. Tijdens Zwolle Grimmstad vertelde meesterverteller Stan Fritschy maandelijks tijdens sprookjestochten door de binnenstad minstens vijf sprookjes van Grimm. Ook was er de activiteit "Hoe vertel je een Grimmsprookje?", waarin deelnemers zelf het vertellen konden leren. Luisteren naar een ervaren verteller is een van de beste manieren om zelf beter te worden. Let op hoe hij of zij stiltes gebruikt, de stem inzet en het publiek erbij betrekt.
Durf het gewoon. Kinderen zijn het dankbaarste publiek dat je je kunt wensen. En wie weet word jij de verteller over wie ze later zeggen: "Weet je nog, dat sprookje bij de kachel?"