Gebroeders Grimm
Jacob en Wilhelm Grimm
Omstreeks 1806 begonnen Jacob Grimm (1785-1863) en zijn broer Wilhelm (1786-1859) sprookjes te verzamelen. Inmiddels is hun verzameling het op één na bekendste boek ter wereld. Na de bijbel is er geen ander boek dat meer gelezen, gedrukt en vertaald is. Er zijn wereldwijd ongeveer 26 miljoen bundels verschenen in meer dan 160 verschillende talen. De gebroeders Grimm hebben de sprookjes niet uit eigen fantasie geschreven zoalsHans Christian Andersen. Beide broers waren beroemde taalgeleerden en hebben hun
wetenschappelijk onderzoek o.a. gericht op de bronnen van de Duitse taal zoals deze nog leefde in de mondelinge overlevering van volkssprookjes en volkssagen. De kunst van het vertellen was toen reeds aan het tanen. Gedurende dertien jaar trokken zij rond en verzamelden de oude sprookjes om deze schat voor het nageslacht te bewaren.
De sprookjes van Grimm zijn en blijven ongekend populair. Wie kent niet Roodkapje, Doornroosje, Hans en Grietje of Assepoester? In het begin was dat wel anders. Van de eerste oplage uit 1812 (uitgegeven door de Realschulbuchhandlung in Berlijn) werden slechts 900 exemplaren gedrukt en het heeft meer dan drie jaar geduurd voordat ze verkocht waren. Van deze eerste druk zijn nu nog maar drie exemplaren overgebleven. Het kostbaarste exemplaar ligt in het Brüder Grimm-Museum in Kassel: daarin staan handgeschreven aantekeningen over wanneer de sprookjes zijn opgeschreven en door wie ze werden verteld.